In deze fase staat sporten in functie van duurzame sportbeleving. Training hoeft niet altijd strak gepland of prestatiegericht te zijn. Sporters kunnen trainen om conditie te onderhouden, technisch beter te worden, sociaal actief te blijven, terug op te bouwen na een pauze of toe te werken naar een persoonlijk doel. Accent ligt meer op frequentie dan trainigsvolume.
Wedstrijden en evenementen kunnen daarbij horen, maar moeten niet. Een sprinttriatlon, duatlon, zwemloop, toertocht, openwatertraining of recreatief event kan een mooie uitdaging zijn wanneer het veilig, haalbaar en motiverend blijft.
De ontwikkeling verloopt niet altijd in één richting. Een sporter kan een tijd recreatiever sporten en later opnieuw doelgerichter trainen. Omgekeerd kan een prestatiegerichte sporter bewust kiezen voor een rustigere invulling.
De nadruk ligt op plezier, gezondheid, veiligheid, zelfredzaamheid en haalbare progressie. Een training of event is waardevol wanneer het plezier en vertrouwen geeft, energie brengt en helpt om duurzaam actief te blijven.