In deze fase maken kinderen op een speelse manier kennis met bewegen, water, fietsen en lopen. Het doel is nog niet om jonge triatleten te vormen, maar om kinderen plezier, vertrouwen en een brede beweging basis mee te geven.
Kinderen leren vooral door te spelen, te proberen, te herhalen en te ontdekken. Variatie is daarbij belangrijker dan techniek of prestatie. Denk aan lopen, springen, klimmen, rollen, balanceren, gooien, vangen, trappen, duwen, trekken en bewegen in het water.
Ouders, trainers en begeleiders zorgen vooral voor een veilige en positieve omgeving. Ze moedigen aan, creëren beweegkansen en leggen geen druk. Training voelt in deze fase niet aan als training, maar als spel, ontdekking en plezier.
Klaar voor de start is geslaagd wanneer kinderen graag bewegen, durven proberen, zich veilig voelen in en rond water en sport ervaren als iets leuks, sociaals en positiefs.