De basis leggen

In deze fase blijft training veilig, overzichtelijk en kindgericht. Kinderen leren het meest wanneer ze veel actief zijn, weinig moeten wachten en opdrachten krijgen op hun vaardigheidsniveau.

Zwemmen, fietsen, lopen, wissels en brede motoriek komen allemaal aan bod. De trainingen krijgen iets meer structuur, maar blijven speels en gevarieerd. De focus ligt op techniek, controle, veiligheid, plezier en zelfstandigheid. Kwaliteit gaat altijd boven volume.
Wedstrijden en evenementen zijn vooral leermomenten. Kinderen maken op een laagdrempelige manier kennis met starten, regels volgen, materiaal gebruiken, wisselen, finishen en omgaan met spanning.

De nadruk ligt niet op ranking, tijden of vergelijking, maar op deelnemen, proberen, leren en trots zijn. Een evenement is geslaagd wanneer het kind veilig deelnam, iets geleerd heeft en opnieuw wil sporten.