Trainingsritme

In deze fase worden sporttechnische vaardigheden regelmatiger en bewuster opgebouwd. Sporters leren niet alleen wat ze moeten doen, maar ook waarom techniek, herhaling en rust belangrijk zijn.

De volgende stap wordt nog altijd bepaald door wat de sporter veilig en gecontroleerd beheerst. Techniek blijft de basis, ook wanneer trainingen meer structuur krijgen.

Zwemmen wordt regelmatiger en gestructureerder. Techniek blijft de basis van elke zwemtraining.

Crawl wordt verder uitgebouwd als hoofdslag, maar rugslag, schoolslag en vlinderslag blijven aanwezig om watergevoel, coördinatie, mobiliteit en lichaamscontrole te ondersteunen.

De sporter leert eenvoudige trainingsafspraken volgen, rusttijden begrijpen, één technisch aandachtspunt onthouden en het verschil voelen tussen rustig zwemmen, vlot zwemmen en kort versnellen.

In open water blijft de aanpak gecontroleerd. De sporter leert dat openwater anders is dan zwembadwater: minder zicht, andere temperatuur, geen bodemlijn, andere in- en uitstap en meer veiligheidsafspraken. De focus ligt op veiligheid, vertrouwen, oriëntatie, richting houden, boei ronden, samen zwemmen met voldoende afstand en wennen aan een wetsuit.