In deze fase staat sporttechniek nog volledig in het teken van spel, veiligheid en brede bewegingsontwikkeling. Kinderen maken op een laagdrempelige manier kennis met bewegen in het water, fietsen, lopen en eenvoudige wisselvormen.
De volgende stap wordt niet bepaald door leeftijd, maar door wat een kind al beheerst. Elk kind ontwikkelt op zijn of haar eigen tempo. Daarom is de leerlijn progressief, maar flexibel.
Kinderen zijn zoveel mogelijk in beweging. Ze leren via spel, ontdekken en succeservaringen. Technische perfectie, foutencorrectie en talentdetectie zijn in deze fase niet aan de orde.
Binnen Triatlon Vlaanderen start de formele sporttechnische zwemlijn vanaf het moment dat kinderen richting het Orka-brevet groeien. In deze eerste fase sluiten we aan bij de leerlijn van Zwemfed en de Vlaamse zwembrevettenlijn. De nadruk ligt nog niet op triatlonzwemmen, maar op veilig, ontspannen en veelzijdig bewegen in het water.
Kinderen bouwen via watergewenning en brede aquatische vaardigheden aan een stevige basis. Ze leren onder meer veilig te water gaan, drijven, ritmisch ademen, evenwicht bewaren, draaien, oriënteren, stroomlijnen, stuwing ervaren en zich zelfstandig voortbewegen. Programma’s zoals Multiwatermove passen goed binnen deze fase, omdat ze kinderen op een speelse en brede manier vaardiger maken in het water.
Het Orka-brevet vormt hierbij een belangrijk richtpunt. Het kind toont dat het 50 meter kan zwemmen en onderweg verschillende waterveiligheidsvaardigheden kan combineren, zoals afstoten en pijlen, oppervlakteduik, aquatisch ademen, watertrappen, draaien, drijven en zwemmen met arm- of beenbeweging.
Openwaterzwemmen is in deze fase nog geen trainingsdoel. Alle zwemactiviteiten gebeuren in een veilige en gecontroleerde omgeving, met voldoende begeleiding en duidelijke afspraken. Wel kunnen kinderen in het zwembad al speels kennismaken met eenvoudige triatlonvaardigheden, zoals naar een kleur of kegel zwemmen, rond een drijvend object zwemmen, starten en stoppen op signaal en veilig naar de kant zwemmen.
Fietsvaardigheid ontwikkelt zich progressief en begint bij controle en veiligheid. Kinderen leren hun fiets controleren: ermee stappen, starten, stoppen, remmen, sturen en veilig tot stilstand komen.
Daarna kan er meer variatie komen: bochten nemen, slalommen, kleine hindernissen, licht oneffen terrein, richting aangeven en reageren op signalen. De opbouw blijft eenvoudig: eerst controle, daarna variatie, snelheid, andere fietsers en pas veel later wedstrijd context.
Een koersfiets is niet nodig. Een veilige fiets op maat, goed werkende remmen en een helm zijn in deze fase het belangrijkst.
Lopen wordt in deze fase breed benaderd. Het doel is niet loopvolume opbouwen, maar loopplezier, ritme, reactiesnelheid, wendbaarheid en algemene motoriek ontwikkelen.
Als richtlijn kan de 20%–80%-regel worden gebruikt:
ongeveer 20% van de inhoud is expliciet loopgericht;
ongeveer 80% bestaat uit spel, functionele bewegingsvaardigheden en brede motorische ontwikkeling.
Loopvormen blijven kort en speels. Denk aan tikspelen, estafettes, korte versnellingen, starten en stoppen, lopen in verschillende richtingen, heuveltjes, verschillende ondergronden en reageren op kleuren, geluiden of signalen.
Techniek wordt niet apart of schools aangeleerd, maar verwerkt in spel.
In deze fase is er nog geen echte wedstrijdwissel. Kinderen leren wel spelenderwijs de bouwstenen die later nodig zijn in triatlon.
Ze oefenen met taakwissels, materiaal herkennen, schoenen, helm, bril of badmuts hanteren, wachten op een signaal en materiaal in een zone leggen.
De focus ligt op lichaamscontrole, oriëntatie, eenvoudige regels en plezier. Wissels worden dus geen technische wedstrijdhandeling, maar een speelse manier om kinderen te leren schakelen tussen opdrachten.
Geen blogs gevonden binnen Wissels .