In deze fase worden kracht en mobiliteit bewuster gekoppeld aan de jaarplanning en wedstrijdplanning. Het gaat niet alleen meer over welke oefeningen geschikt zijn, maar ook over het juiste moment, de juiste hoeveelheid en het doel van elke prikkel.
In een algemene voorbereidingsperiode kan er meer ruimte zijn om kracht op te bouwen. Dichter bij belangrijke wedstrijden verschuift de nadruk op kracht en vermogen, zonder onnodige vermoeidheid toe te voegen.
Kracht en mobiliteit ondersteunen in deze fase vooral de wedstrijd techniek, efficiëntie, belastbaarheid en het vermogen om goed te blijven bewegen onder toenemende druk.
Krachttraining wordt sterker afgestemd op de volledige trainings- en wedstrijd context. Zwemmen, fietsen, lopen, wedstrijden, herstel, school of werk en reizen bepalen mee hoe zwaar, hoe vaak en wanneer krachttraining wordt ingepland. Belangrijke accenten zijn maximale kracht, snelkracht, eenbenige kracht, plyometrie, excentrische capaciteit, lokale belastbaarheid en het behouden van romp- en bewegingscontrole onder vermoeidheid.
Testen worden gebruikt wanneer de uitkomst een trainingsbeslissing ondersteunt. (Sub)Maximale testen vragen voldoende ervaring en deskundige begeleiding. Monitoring is altijd zinvol.
Krachttraining moet helpen om techniek, vermogen, efficiëntie en belastbaarheid te ondersteunen, zonder de totale vermoeidheid onnodig te verhogen.
Geen blogs gevonden binnen Kracht .
Mobiliteit wordt geïntegreerd in de training. Ze komt terug in de opwarming, technische oefenblokken, krachttraining en is individueel gestuurd.
Het doel is niet maximale lenigheid, maar bruikbare sportposities. Sporters hebben voldoende bewegingsvrijheid nodig om efficiënt en comfortabel te zwemmen, fietsen, lopen en wisselen. Mobiliteit ondersteunt dus vooral de uitvoering in de sport zelf: beter bewegen, spanning beperken en technische kwaliteit behouden wanneer de belasting toeneemt.
Geen blogs gevonden binnen Mobiliteit .