Klaar voor de wedstrijd

In deze fase worden sporttechnische vaardigheden duidelijk meer gericht op wedstrijd. Sporters leren hun techniek niet alleen goed uitvoeren, maar ook behouden wanneer het tempo hoger ligt, vermoeidheid meespeelt of de wedstrijdsituatie complexer wordt.

Zwemmen, fietsen, lopen en wissels worden steeds meer als één geheel bekeken. Techniek, materiaal, pacing en tactiek moeten elkaar ondersteunen in functie van de volledige wedstrijd.

Zwemmen wordt in deze fase meer gekoppeld aan het wedstrijdverloop. De sporter leert het zwemonderdeel voorbereiden, uitvoeren en achteraf evalueren in functie van wat daarna komt.

Het gaat dus niet alleen om sneller zwemmen. Een goede zwemprestatie betekent ook efficiënt uit het water komen, goed gepositioneerd zijn voor T1 en voldoende energie overhouden voor de rest van de wedstrijd.

In het zwembad ligt de nadruk op wedstrijdtempo, techniek onder vermoeidheid, prikkels i.f.v. start, tempocontrole en het herkennen van het eigen inspanningsgevoel. De sporter leert beter inschatten waar de eigen sterktes en werkpunten liggen: start, tempo, techniek, openwater, zwemmen in groep en uithouding.

Openwater wordt een volwaardig deel van de wedstrijdvoorbereiding. Sporters oefenen verschillende startvormen, oriëntatie, positie kiezen, lijn houden, boeien ronden, drafting, omgaan met contact en de overgang van zwem exit naar T1.

Geen blogs gevonden binnen Zwemmen.