In deze fase worden sporttechnische vaardigheden duidelijk meer gericht op wedstrijd. Sporters leren hun techniek niet alleen goed uitvoeren, maar ook behouden wanneer het tempo hoger ligt, vermoeidheid meespeelt of de wedstrijdsituatie complexer wordt.
Zwemmen, fietsen, lopen en wissels worden steeds meer als één geheel bekeken. Techniek, materiaal, pacing en tactiek moeten elkaar ondersteunen in functie van de volledige wedstrijd.
Zwemmen wordt in deze fase meer gekoppeld aan het wedstrijdverloop. De sporter leert het zwemonderdeel voorbereiden, uitvoeren en achteraf evalueren in functie van wat daarna komt.
Het gaat dus niet alleen om sneller zwemmen. Een goede zwemprestatie betekent ook efficiënt uit het water komen, goed gepositioneerd zijn voor T1 en voldoende energie overhouden voor de rest van de wedstrijd.
In het zwembad ligt de nadruk op wedstrijdtempo, techniek onder vermoeidheid, prikkels i.f.v. start, tempocontrole en het herkennen van het eigen inspanningsgevoel. De sporter leert beter inschatten waar de eigen sterktes en werkpunten liggen: start, tempo, techniek, openwater, zwemmen in groep en uithouding.
Openwater wordt een volwaardig deel van de wedstrijdvoorbereiding. Sporters oefenen verschillende startvormen, oriëntatie, positie kiezen, lijn houden, boeien ronden, drafting, omgaan met contact en de overgang van zwem exit naar T1.
Geen blogs gevonden binnen Zwemmen.
De fietsproef wordt een belangrijk onderdeel van het volledige wedstrijdplan. Techniek, materiaal, pacing en tactiek worden afgestemd op de afstand, het parcours en het wedstrijdformat.
Bij draft-legal wedstrijden ligt de focus meer op positie in de groep, versnellingen en samenwerking. Bij non-drafting wedstrijden ligt de nadruk op een controleerbare aeropositie, gelijkmatige pacing en een haalbaar voedingsplan.
De techniek moet betrouwbaar blijven bij wedstrijdsnelheid, vermoeidheid, druk en veranderende omstandigheden. Nieuwe materialen of technieken worden daarom ruim vóór belangrijke wedstrijden getest. Een goede fietsproef is afgestemd op het verdere verloop van de wedstrijd.
Geen blogs gevonden binnen Fietsen .
Lopen wordt in deze fase een vast onderdeel van het wedstrijdplan. De sporter leert techniek, tempo, tactiek, materiaal, bevoorrading en mentale focus afstemmen op het wedstrijdformat, het parcours en de voorafgaande fietsbelasting.
De looptechniek uit de vorige fases moet nu standhouden in moeilijkere omstandigheden: na T2, bij hogere snelheid, onder vermoeidheid, in groep, bij bochten en keerpunten, of bij warmte, wind en in combinatie met bevoorrading.
Een goede loopprestatie in triatlon betekent dus niet alleen snel lopen. Het gaat vooral om efficiënt lopen na het fietsen, met controle over tempo, techniek en energieverdeling.
De sporter leert bijsturen wanneer de wedstrijd anders verloopt dan gepland en gebruikt de evaluatie achteraf om het eigen loopprofiel verder te verfijnen.
Geen blogs gevonden binnen Lopen .
In deze fase wordt de wissel een bewust onderdeel van het wedstrijdplan. De wedstrijdtactieken die nodig zijn in de wisselzone worden verder verfijnd.
De wissel wordt sneller en tactischer, maar blijft altijd veilig en reglementair.
Sporters leren T1 en T2 op wedstrijdsnelheid uitvoeren, de wisselzone lezen en hun eigen wissels analyseren. De trainer helpt vooraf met scenario’s en risico-inschatting en gebruikt de wedstrijd nadien om gericht bij te sturen.
Geen blogs gevonden binnen Wissels .